Boot: 'iBoot', Blomberg 840, 1964, 8,4 x 2,45 meter



De iBoot
Ik zal mij eerst even voorstellen. Mijn naam is Daan Kuster en ben 35 jaar oud. Ik werk als 1ste stuurman in de offshore, nadat ik een tijdje op de grote vaart heb gewerkt. Ik ben getrouwd en heb 2 dochters van 6 en 4 jaar oud. Wij wilden al een tijd lang een bootje, maar het kwam er maar niet van en we waren (en zijn) ook altijd druk met van alles en nog wat. Ik heb houten klassiekers altijd mooi gevonden, dit zijn echte boten vind ik, het straalt iets uit!

Toen ik aan boord was aan het werk, was ik weer eens aan het rondneuzen naar een houten klassieker, vooral de Petterssons trokken mij aan. Ik kwam via het internet terecht op de Zweedse klassieker website. Bij 'vraag en aanbod' vond ik de 'Svea', een Blomberg uit 1964. Mooie maat vond ik (8.4 meter lang) en zag er schitterend uit op de foto’s. Ik nam contact op met de eigenaar en na wat ge-email, werd ik verwezen naar de jachtwerf waar de Blomberg in de verkoop stond. Op dat moment moest ik nog ruim 3 weken werken en toen ik eenmaal thuis was snel een bezichtiging gepland. Ik ben er met een vriend van mij heen gereden (van Zutphen naar Lemmer) en ik was meteen verkocht. We keken wat rond en waren dolenthousiast. Ik deed een bod en we kwamen tot een overeenkomst.. zo snel kan het dus gaan.. Nu nog het nieuws vertellen aan mijn vrouw...
Het was winter en de 'Svea' stond op blokken op de jachtwerf. Ik was van plan om een aantal keer naar Lemmer te rijden, om het onderwater schip aan te pakken, want dat was/is niet helemaal goed meer qua antifouling. Het bleek toch te ver te zijn en het weer zat ook niet mee (lange winter!). En dus uiteindelijk afgesproken de boot te water te laten en het in een weekend van Lemmer naar Zutphen te varen.

De reis..
Ik was van plan het een familie-aangelegenheid te  maken om de boot over te varen, maar ben hier toch op teruggekomen, ik kende het bootje niet goed en je weet nooit wat er kan gebeuren. En dus besloten om de boot met mijn broertje over te varen. Mijn broertje is automonteur in het dagelijks leven en dus heb ik hem meteen de promotie gegeven als 1ste machinist... vlak voordat we het weekend ingingen wilde een vriend en mijn schoonbroertje ook wel mee. Zo gezegd, zo gedaan.
Wij met de trein, bus en taxi naar Lemmer op een vrijdagmiddag. Eenmaal in Lemmer hebben mijn broertje en ik de boot opgehaald bij de verkoper thuis. Hij legde nog even uit hoe er gestart moest worden en hoe het een en ander in zijn werk ging. Half uurtje later voeren we naar het hotel waar wij verbleven om hem daar in een jachthaven te leggen zodat we vroeg weg konden. De route die we hadden gepland was namelijk 140 kilometer... lange dag te gaan dachten we...
De avond in het hotel was erg gezellig, een beetje te gezellig... maar we waren er allemaal om 7 uur uit, zodat we na ontbijt meteen om 8 uur op de boot konden zijn. Na wat snelle checks van de 1ste machinist, motor gestart en getankt. Een half uur later lagen we in de sluis... We vonden het allemaal vreselijk spannend maar alles verliep perfect. Mijn schoonbroertje was van de 'catering' en de vriend die mee was is timmerman van beroep en dus hadden we ook een scheeptimmerman aan boord. Ik was natuurlijk kapitein...

Het weer was mooi en we voeren over het IJsselmeer richting Kampen. Ik had mij duidelijk vergist in de snelheid die het bootje kon maken. Ik had gerekend op een gemiddelde snelheid van 15 kilometer per uur, maar dit bleek (met wind mee) 12 te zijn. Het varen ging perfect en de Vetus dieselmotor liep als een zonnetje! Bij Kampen hadden we geregeld dat iemand klaar zou staan met wat boodschappen om zo min mogelijk tijd te verliezen. De bolletjes met kaas en salami en verse koffie deden ons allemaal erg goed, vooral mijn schoonbroertje die toch wel een beetje last had van het biertje van de avond ervoor... Daarna over het Ketelmeer, richting de IJssel. Eenmaal op de IJssel liep de gemiddelde snelheid schrikbarend snel terug! We deden nog maar 7 kmph en dus zouden wij Zutphen (Olburgen trouwens, nog eens 20 km verder) niet halen die dag. Vlak voordat we bij Zwolle aankwamen, zagen we een redelijk grote speedboot op de kant liggen, met 2 mannen erin. De mannen waren druk aan het zwaaien naar ons en dus wij erheen. Het bleek dat de speedboot helemaal nieuw was en dat hij tijdens de eerste tocht motorproblemen had. Doordat een binnenvaartschip langsvoer, was de boot op de kant terecht gekomen. Er werd een lijntje uitgegooid en we probeerden met ons bijna 50 jaar oude bootje deze hypermoderne speedboot vlot te trekken. Na 2 pogingen lukte het! Aan de overkant van IJssel was een soort van aanmeerplekje en dus daar heen gevaren. Na wat gemanoeuvreer hebben we de speedboot veilig aan de wal kunnen krijgen. Ik bleek later wel wat schade te hebben. Op het voordek had de eigenaar van de speedboot zich vastgehouden aan de teakhouten railing, maar die was niet bestand tegen zoveel kracht, en dus was de railing een beetje gebroken, maar ook het doek eronder gescheurd (voordek is gedoekt). Jammer.

Eenmaal bij Zwolle was het al 5 uur in de middag en dus hadden we er al 9 uur op zitten. Mijn broertje en schoonbroertje moesten naar huis en dus hebben we ze afgezet net voorbij Zwolle. Ik en de timmerman voeren door en hebben Deventer gehaald! We kwamen precies om 9 uur in de avond aan en dus hadden we 13 uur gevaren! Kapot waren we! Maar wat waren we trots op de boot en hoe die het had gedaan! De volgende dag nog eens 6 uur gevaren en uiteindelijk de jachthaven gered! Daar stonden mijn vrouw en kinderen en de vrouwen en kinderen van mijn vrienden te wachten. Even snel tanken en toen meteen met zijn allen een rondje gevaren.

En nu varen maar!
Ik heb ondertussen gevaren met het gezin en we zijn stroomopwaarts naar de Giesbeekse plassen gevaren. De stroming op de IJssel vind ik toch wel een beetje te heftig, ook daar heb ik mij een beetje in vergist. Er staat zeker 6 kmph stroming. Wij gaan dit seizoen even aankijken of we hem aan de IJssel laten liggen, want echt op je gemak varen is er zo niet bij helaas, vooral ook omdat ik met mijn kinderen vaar en zoals elke ouder wel zal hebben zie je dan alleen maar de gevaren...

We zijn ontzettend blij met de boot! In het najaar ga ik hem uit het water halen en zal het hele onderwater schip aanpakken en nog wat andere delen. Heerlijke hobby!

Hartelijke vaargroet! Daan Kuster









Terug naar 'Overzicht boten'
Terug naar 'Overzicht leden'

Boot: 'Vedett', 1965, overnaadse Orust Snipa, 9 x 2,9 m
Boot: 'Rakett', 1960, Pettersson, 7 x 1,9 m




De eerste ronde: 'Vedett'
Wonen in Amsterdam in het Oostelijk Havengebied. Veel water, met daarop bootjes met genietende mensen. Kortom, misschien ook maar eens aan een boot? Een boot gevonden op internet, te bezichtigen in Friesland, Idskenhuizen om precies te zijn. 1,5 uur met de auto en kennisgemaakt met gebroeders Piet en Roel de Jong. Op het erf stond de boot op een bok. Tjonge, mooi ding, maar wat een kluswerk.... Echter nieuwsgierig. Piet en Roel konden het enthousiasme wel waarderen en verhaalden volop... afgesproken werd, dat Piet en Roel een boot zouden zoeken in Zweden. Die boot werd bezorgd mei 2009: 9 meter lang en 3 meter breed. Twee jaar gerestaureerd. Ook iemand gevonden die alles over de Noorse Marna benzinemotor wist; een zijklepper met magnetische ontsteking en 'den Jos' liet hem meteen maar even draaien... Prachtig! De ontsteking werd opnieuw gewikkeld en gemagnetiseerd, de carburateur ultrasoon geschoond en alle randmaterialen vernieuwd en bijgesteld. In juni 2011, is 'Vedett' (inderdaad gedoopt met Belgisch bier...) gerestaureerd te water gelaten en werd er voor het eerst gevaren.

De tweede ronde: 'Rakett'
Tja, echt makkelijk manoeuvreren in de Amsterdamse grachten was het niet, de Snipa is meer een weekendkruiser voor groter water. Het is tenslotte een kustboot! Wat te doen? Daar was ineens – mei 2012 – per e-mail de vraag of ik wellicht een ligplaats voor een Pettersson wist. Als dank meegevaren met deze voormalige taxiboot met zes zitplaatsen én een nieuwe Solé dieselmotor. Napratend na de tocht, deed de eigenaar plots een aanbod om de Pettersson over te nemen... En sinds de zomer van 2012 heerlijk gevaren met beide boten. Maar het is anno 2017 tijd voor nieuwe liefdes. Beide boten zijn inmiddels verkocht aan liefdevolle nieuwe eigenaars.

Hartelijke groet, Marlène Sips

- - -

De Orust Snipa
2010-2011: restauratie



2011: 'Vedett' gedoopt en wel te water!






De Noorse Marna motor in 'Vedett'



De Pettersson: 'Rakett'






Terug naar 'Overzicht boten'
Terug naar 'Overzicht leden'

Boot: 'Alida', 1955, Snipa, 7 x 2,65 meter.

Binnenkort vindt u hier het verhaal van Feiko Bruin en de 'Alida'.
Alvast wat mooie foto's:









Terug naar 'Overzicht boten'
Terug naar 'Overzicht leden'
Boot: 'Elida 3', 1946, Snipa met dichte kajuit, 7 x 2,5 meter



Gevonden!
Het was in september 2000 dat er eindelijk serieus naar een schip werd gezocht. We hadden kort voordien internet in huis gekregen en Yvonne, mijn lief, had me aangeraden om daar dan maar eens goed rond te kijken. Daar had ik me een paar avondjes zonder veel succes mee bezig gehouden, toen ze me per mail een adres doorgaf. Of ik daar al had gekeken? Had ik natuurlijk niet gezien, want ik zocht geen boot, maar een schip... Diverse Zweedse klassiekers bleken naar hetzelfde e-mailadres te leiden. Een afspraak gemaakt. Bleek het een bedrijf dat in tweedehands vrachtwagens, aanhangers en heftrucks handelde. Kennelijk hadden ze de aanhangers niet leeg uit Zweden gehaald, maar er boten op gezet. De twee boten die we aantroffen, waren wel aardig, maar om nou als eerste boot er een aan te schaffen waar je door de ruime kieren in de uitgedroogde huid naar buiten kon kijken? Nee, toch maar niet. Zo kwamen we bij Ad Spek Jachtbouw terecht. We moesten over een andere boot klauteren en toen stonden we in de knusse kajuit van Elida 3 ...liefde op het eerste gezicht!
En dat is in al die jaren daarna eigenlijk niet minder geworden. Als iemand een praatje maakt als je ergens aan de wal komt, is het negen van de tien keer: mooie boot, hout, veel werk zeker? Inderdaad, veel werk, je moet een beetje gek zijn. Maar wie hoort er nou negen van de tien keer: mooie boot en de tiende keer iets wat daar wel veel op lijkt? Overigens valt dat werk ook wel mee. Elk voorjaar in elk geval schuren en een of twee lagen Epifanes, een paar dagen werk. Het onderwaterschip rollen met antifouling kost precies twee uur. Maar naast deze routineklussen is er altijd wel weer iets anders dat moet worden aangepakt. En zo zijn er elk voorjaar een paar weken waarin ik aan weinig andere dingen toe kom, dan aan de boot.



Klussen
Een van de eerste klussen was het opknappen van de kombuis. Een groot woord voor een paar ingebouwde kastjes. Overigens wel origineel, helemaal massief  mahonie. Er was aan het hele schip ook geen lijm te bekennen, watervaste lijmen waren nog niet beschikbaar toen deze stukken hout bij elkaar werden gebracht. Dat was voor zover ik weet in 1946. Dus is alles geklonken, geschroefd of gespijkerd. Er kon een kleine wasbak in, met de afvoer via een slang en doorvoer door de huid, ruim boven de waterlijn. Water wordt met een voetpomp opgepompt uit een waterzak op de kiel tussen twee inhouten. Verder is een twee-pits spiritusbrander keurig ingepast in een met RVS bekleed alkoofje. We kunnen op die krappe 4 voet nog heel smakelijke maaltijden bereiden. Mijn uitgangspunt is steeds, dat het interieur wel beter mag worden, maar het uiterlijk blijft oorspronkelijk. Overigens is het niet zeker dat de dichte kajuit, met die typische deurtjes naar de kuip, er vanaf het begin al was.
Een tweede belangrijke inbouw was een toilet. Eigenlijk is er geen plaats voor, maar met wat passen en meten kon het onder het hoofdeind van een van de twee kooien in het vooronder worden ondergebracht. Klep eroverheen en het matras er op en je ziet er niks van. Het zat zo wel wat laag, zeker voor de ouder wordende mens. Daar verzon ik wat op. Een verhoogde bril, die in opgevouwen toestand precies evenveel hoogte vraagt als de oorspronkelijke ...et voilà:



Natuurlijk vraagt het schip zelf ook de nodige aandacht. Er waren destijds kennelijk geen eiken planken voorhanden van zo’n meter of 8 lang. Daarom zit er in elke huidgang (10 meter aan elke kant) een las. Stuik op elkaar met aan de binnenkant een geklonken klamp. In dat stuike zit het probleem: daar kan water het kopse hout binnendringen. Met als gevolg dat bij vrijwel alle lassen onder de waterlijn flinke scheuren zijn ontstaan. Zo flink, dat sommige niet meer echt dichttrokken. Met kit kon ik de boel drijvende houden, maar echt fraai was het niet. En zo kwam het dat ik een jaar of 6 geleden het hele onderwaterschip kaal schraapte. Met een föhn en scherpe krabbers ging het goed, maar het kostte flink wat tijd. Samen met Mark (uitstekende timmerman van Ad Spek Jachtbouw) hebben we toen ook alle scheuren en andere ongerechtigheden schoongemaakt en vervolgens overal 2-componenten PU lijm in ‘geplamuurd’. Daarna gladschuren en vervolgens 12 lagen Promicrol voordat de antifouling er op kwam. Tot nog toe heeft dat zich goed gehouden: elk najaar komt ze weer zo strak als een jonge dame uit het water.
Bij diezelfde gelegenheid zijn ook het roer, de roerkoning en de hak aan het uiteinde van de kielbalk vervangen door RVS delen. De oude roerkoning was doorgeroest en rondom het hennegat zag het er ook niet zo vrolijk uit. Daar is met RVS en PU het nodige aan gedaan en het hennegat is nu waarschijnlijk het sterkste stuk van het schip. Ook is over de hele lengte van de kiel een 8 x 40 mm RVS strip aangebracht.



De motor
In de herfst van 2012 heb ik ook de motor een Volvo Penta MD2 van omstreeks 1968 uit het schip laten tillen (tegen de 200 kg gietijzer, levert volgas nog geen 16 pk, maar wel dagen achter elkaar…). Ik vertrouwde de demperrubbers niet en het werd ook tijd om onderin de boel eens schoon te maken. Inderdaad was een van de 4 rubbers doormidden, een andere hevig opgezwollen omdat er ooit dieselbrandstof op gelekt had. Het vervangen van de rubbers ging niet helemaal vanzelf, omdat Volvo dat oude type niet meer levert en van de nieuwe is het aangelaste draadeind te kort voor de dikke gietijzeren steunen aan de voorkant van de motor. Dat kon ik oplossen door beide voorste rubbers ondersteboven te monteren. In het draadgat waarmee de demper normaal gesproken op de fundatie wordt bevestigd, kon prima een draadeind worden geschroefd dat wel lang genoeg was voor de voorste motorsteunen. Behalve goed schoonmaken, heb ik niet veel aan de motor gedaan, dat was niet nodig. Ik heb er wel wat nieuwe onderdelen, zoals pakkingen, brandstofpomp, oliedrukvoeler en een nieuwe Dynastart op gezet. Deze laatste levert nu ook weer de 11Amp laadstroom op, die we volgens de specificaties mogen verwachten.

Bij het plaatsen van de motor vraagt de uitlijning met de schroefas de nodige aandacht. Hoewel je je kan afvragen hoe nauwkeurig dat moet in een houten boot die door inwerking van zon en water voortdurend een beetje van vorm verandert. Toch maar aan de slag met voelermaten tussen de bouten en flenzen van de fexibele koppeling waarmee de schroefas aan het gangwissel vast zit. Met een paar 2 mm vulplaatjes onder de achterste motorsteunen kreeg ik de boel binnen enkele fracties van mm’s in lijn. Ik was daar toen meer dan tevreden over. Maar ik geef toe dat ik het nooit meer heb nagemeten als na een dag draaien het hele blok tegen de 70℃ is geworden.
En dan heb je het ding weer op zijn plaats, gashandle aangesloten, de keerkoppeling aan zijn stang vastgezet, alle leidingen aangekoppeld, de brandstoflijn ontlucht, het carter gevuld, koelvloeistof in het systeem en nog zo wat. Deze boot heeft het grootste deel van haar leven in Zweden gevaren en er zit een interkoeling op: in de motor zit antivries dat in een warmtewisselaar door het buitenwater wordt gekoeld. Er is daarom een dubbele waterpomp gemonteerd.
Nog een keer alles nalopen, niks vergeten? Nee, OK, dan toch maar eens de hoofdschakelaar omzetten en op de startknop drukken... Poef! Lopen vanaf de eerste klap (en sindsdien nooit meer een gemist). Een heerlijke sensatie, die zou je wel vaker willen beleven. Het is alleen wel wat veel gedoe voordat je zover bent.

Er is nog zoveel meer te vertellen over deze heerlijke boot.
Wellicht later? Voor nu: Goede vaart! – Taeke van Beekum





Terug naar 'Overzicht boten'
Terug naar 'Overzicht leden'
Boot: 'Nymphaea II', 1959, Snipa, 7 x 2,6 meter



Noot redactie: Herman is 27 april 2013 overleden; in overleg met Jellie staat deze tekst nog online. Jellie heeft inmiddels de boot verkocht, maar is nog steeds lid als 'Vriend' van de ZKC.
Lees: In memoriam Herman Rijst

- - -

Zo varen wij
In mijn jonge jaren heb ik veel gezeild, maar studie, huwelijk en carrière maakten daar een eind aan. Maar de VUT kwam en het water lokte weer. Daar door gezondheidsklachten de krachten afnamen, moest het een arbeidsarme motorboot worden. Dus gingen Jellie en ik eind 2002 een weekje naar Friesland waar tenslotte de mooiste boten te vinden zijn. Het werd geen arbeidsarme boot, maar wel een motorboot. We konden kiezen uit 3 snipa’s en het werd de Nymphaea II. Vet in de lak, dus daar was voorlopig geen werk aan (dachten we). Echter deze schoonheid is als elke liefde, zij vergt onderhoud, veel onderhoud.

Elk jaar varen we veel, van Waddenzee tot de Zeeuwse wateren en alles wat daar tussen in zit. Zelfs van de Noordzee hebben we bij mooi weer mogen genieten. De snipa is tenslotte een kustboot. Aan de andere kant voor anker en slapen op een stil meertje in Friesland, met slechts de geluidjes van rietzangertjes, karekieten en de knorgeluidjes van een futenfamilie rond je boot is ècht natuurbeleven. Wij slapen aan boord en bouwen onze vakanties om de maritieme evenementen heen. Immers scheepsvolk is het leukste volk en niets streelt de zinnen meer, dan van het kuierend kijkvolk de complimentjes over je boot te mogen aanhoren.


Kuierend Kijkvolk aan de kade

We varen jaarlijks 200 tot 300 uur (motoruren). Je moet dan wel zorgen dat je boot en je motor in topconditie zijn. Want om met windkracht 7 vanwege een warmloper door een bergingsbedrijf van het IJsselmeer te worden gesleept, verhoogt niet de vakantievreugde. We hebben dan ook een marifoon, wat niet alleen in dergelijke gevallen onmisbaar is, maar bruggen en sluizen gaan veel vlugger voor je open. Ook navigatiehulpmiddelen en kaarten zijn onmisbaar als je bijvoorbeeld op de Waddenzee over het wantij van het ene eiland naar het andere moet.
Snipa’s zijn om te manoeuvreren geen makkelijke bootjes, zonder boeg- en hekschroef is het nodig dat je bij een vaarschool leert hoe je met je boot leert omgaan. Ook is het nodig dat je samen tot goede afspraken komt, zoals bij aanleggen, navigatie enz.

De snipa is een mooi en gevoelig bootje en als je veel vaart is het niet te voorkomen dat je wel eens een schrammetje oploopt of dat er een boutje losraakt. We hebben daarom altijd een busje lak mee en een gereedschapskoffer vol om dat te herstellen.

Er is niets mooier dan varen en passagieren in oude havenstadjes langs het IJsselmeer of het bourgondische Maastricht. Mosselen eten in Hellevoetsluis of aan boord een blik boerenkool opentrekken omdat het geld opraakt. Hopelijk komen we elkaar nog eens tegen.

Hartelijke groet, Herman Rijst en Jellie Engel








Terug naar 'Overzicht boten'
Terug naar 'Overzicht leden'